Begrippenlijst

Het inschatten van de competenties van een individu aan de hand van vooropgestelde criteria. Assessment leidt naar erkenning en certificering.

De assessor is verantwoordelijk voor de voorbereiding, organisatie, uitvoering en kwaliteit van het assessment teneinde de kandidaat te kunnen beoordelen op zijn competenties en een kwalificatiebewijs of bewijs van competenties toe te kennen.

Zie assessment

Samenhangend geheel van taken met bijbehorende competenties waarover een maatschappelijke consensus bestaat, en waarbij abstractie wordt gemaakt van organisatie- of bedrijfsspecifieke kenmerken.

Geheel van competenties, afgeleid uit een beroepscompetentieprofiel, minimaal noodzakelijk om een welbepaalde beroepsactiviteit te kunnen uitvoeren.

Een afgerond geheel van competenties die een beroepsbeoefenaar in een bepaalde arbeidscontext hanteert om (de) te verwachte resultaten op de werkvloer te realiseren

Een afgerond en ingeschaald geheel van competenties waarmee een beroep kan worden uitgeoefend

Een bewijs van beroepskwalificatie wordt toegekend aan een persoon die tijdens de beoordeling heeft aangetoond de competenties uit de beroepskwalificatie te hebben verworven.

Een bewijs van deelkwalificatie wordt toegekend aan een persoon die tijdens de beoordeling heeft aangetoond de competenties uit de deelkwalificatie te hebben verworven, zonder in aanmerking te komen voor een bewijs van beroepskwalificatie waarvan de deelkwalificatie een onderdeel is.

Een bewijs van competenties wordt toegekend aan een persoon die niet in aanmerking komt voor een bewijs van beroepskwalificatie en voor een bewijs van deelkwalificatie waarvan de aangetoonde competenties een onderdeel zijn. Het bewijs van competenties vermeldt alle competenties waarvan de persoon tijdens de beoordeling aangetoond heeft ze te hebben verworven.

Het bewijs dat een student op grond van EVC’s of EVK’s de competenties heeft verworven eigen aan:

  • het niveau van bachelor in het hoger professioneel onderwijs of het academisch onderwijs, of;
  • het mastersniveau, of;
  • een welomschreven opleiding, opleidingsonderdeel of cluster van opleidingsonderdelen.

Bedoeld bewijs betreft een document of een registratie.

Een van rechtswege erkend studiebewijs, door het centrumbestuur uitgereikt aan een cursist die met goed gevolg een opleiding heeft beëindigd

Het uitreiken van een bewijs dat formeel bevestigt dat een competentieset verworven door een individu beoordeeld en erkend is geworden door een competent orgaan, op basis van een vooraf vastgelegde standaard.

De toegang tot bijkomende of aanvullende vormen van leren, onderwijs en opleiding of tot een beroep.

De bekwaamheid om kennis, vaardigheden en attitudes in het handelen geïntegreerd aan te wenden voor maatschappelijke activiteiten.

Een afgerond geheel van competenties die een persoon in een bepaalde maatschappelijke context hanteert om (de) te verwachten resultaten in die maatschappelijke rol te realiseren en waarvoor geen beroepscompetentieprofiel bestaat of ontwikkeld zal worden.

De erkenning van het feit dat een student blijkens een examen de leerresultaten, verbonden aan een opleidingsonderdeel, heeft verworven. Deze erkenning wordt vastgelegd in een document of een registratie. De verworven studiepunten, verbonden aan het betrokken opleidingsonderdeel, worden aangeduid als "credits".

Een van rechtswege erkend studiebewijs, door het centrumbestuur uitgereikt aan een cursist die een module met goed gevolg heeft beëindigd.

Een van rechtswege erkend studiebewijs, door het centrumbestuur uitgereikt aan een cursist die met goed gevolg het secundair of het hoger onderwijs heeft beëindigd

Het aandragen van informatie en (bewijs)materiaal om de competenties te illustreren en zichtbaar te maken

Een onderwijs- of een beroepskwalificatie waarvan de Vlaamse Regering beslist dat ze aan inhoudelijke en vormelijke kwaliteitseisen voldoet en waarvoor een bewijs kan worden uitgereikt.

Bevestiging door een competent orgaan dat de competenties van een individu verworven in een niet-formele of informele context beoordeeld zijn op basis van vooraf vastgelegde criteria en in overeenstemming met een standaard. Erkenning leidt naar certificering.

EVC

EVC staat voor het erkennen van verworven competenties. EVC maakt het mogelijk om competenties te laten herkennen en waarderen, waar ze ook verworven zijn (vrije tijd, werk …). Door succesvol een proef af te leggen kan iemand aantonen dat hij over de nodige competenties beschikt. Zo krijgt iemand een kwalificatiebewijs in handen en kan hij de eigen droom waarmaken of het eigen doel bereiken: veranderen van job, zich persoonlijk ontplooien ….

De regelgeving van het hoger onderwijs hanteert de volgende definitie van EVC:

Een eerder verworven competentie, zijnde het geheel van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes verworven door middel van leerprocessen die niet met een studiebewijs werden bekrachtigd.

Een uitwerking van de EVC-methode(s) via een specifieke beschrijving van de wijze waarop de beoordeling van de verworven competenties uit een beroepskwalificatie gebeurt.

Een persoon die zijn competenties wil laten beoordelen en certificeren in een EVC-testcentrum.

Een algemene beschrijving van de wijze waarop verworven competenties geïntegreerd beoordeeld worden zoals bijvoorbeeld een praktijkproef of een criteriumgericht interview.

Een beschrijving van de methodes die aangewezen zijn om de competenties uit de beroepskwalificaties te beoordelen en van de randvoorwaarden voor een kwaliteitsvolle beoordeling

Centrum dat beroepskwalificerende EVC-trajecten aanbiedt aan wie zijn competenties wil laten beoordelen en certificeren. Het testcentrum biedt de nodige informatie en begeleiding om het EVC-traject te kunnen doorlopen.

Een traject tot erkenning van verworven competenties waarbij ten minste de twee fasen van beoordeling en certificering worden doorlopen.

EVK

Een eerder verworven kwalificatie, zijnde elk binnenlands of buitenlands studiebewijs dat aangeeft dat een formeel leertraject, al dan niet binnen onderwijs, met goed gevolg wordt doorlopen, voor zover het niet gaat om een creditbewijs dat werd behaald binnen de instellingen en opleidingen waarbinnen men de kwalificatie wenst te laten gelden.

Het bewijs uitgereikt door een bevoegde instantie nadat een procedure van herkenning, beoordeling en erkenning heeft plaatsgevonden waarbij vastgesteld werd dat de betrokken persoon beschikt over de ten aanzien van een bepaald beroep of deelberoep vastgelegde competenties.

Een referentie-instrument voor de beschrijving en vergelijking van kwalificatieniveaus in kwalificatiestructuren ontwikkeld op nationaal, internationaal of sectoraal niveau.

Een leerproces dat plaatsvindt in een georganiseerde en gestructureerde omgeving (in een school, opleidingscentrum of op de werkplek) en uitdrukkelijk als leren wordt aangeduid (in termen van doelstellingen, tijd of middelen). Formeel leren is een bewuste keuze vanuit het standpunt van de lerende. Het leidt doorgaans tot een certificering.

Het vaststellen en zichtbaar maken van individuele competenties. Herkenning resulteert niet in certificering, maar kan er wel de basis voor zijn.

Het bewust worden en benoemen van competenties

Een leerproces dat voortvloeit uit de dagelijkse activiteiten die verband houden met het werk, het gezin of de vrijetijdsbesteding. Dit leren wordt niet georganiseerd of gestructureerd in termen van doelstellingen, tijd of leerondersteuning. Informeel leren gaat in de meeste gevallen niet uit van een initiatief van de lerende. Doorgaans leidt het niet tot een certificering.

Een afgerond en ingeschaald geheel van competenties.

Een door de Vlaamse Gemeenschap erkend bewijs dat een individu een erkende kwalificatie heeft behaald. Het bewijs geeft aan om welke kwalificatie(s) het gaat en bevat een verwijzing naar een niveau van het Vlaamse kwalificatieraamwerk.

Het decretaal vastgelegde instrument voor het systematisch beschrijven en inschalen van kwalificaties, opgebouwd uit niveaus en niveaudescriptoren.

De systematische ordening van erkende kwalificaties op basis van een algemeen geldend kwalificatieraamwerk.

Het kleinste te certificeren deel van een opleiding, dat overeenstemt met een bepaalde inhoud, omvang en een bepaald niveau.

Leren dat ingebed is in geplande activiteiten die niet uitdrukkelijk als leren bestempeld worden (in termen van leerdoelstellingen, leertijd of leerondersteuning), maar die een belangrijk leerelement omvatten. Niet-formeel leren is vanuit het standpunt van de lerende een bewuste keuze. Het leidt doorgaans niet tot een certificering.

Een afgerond en ingeschaald geheel van competenties die noodzakelijk zijn om maatschappelijk te functioneren en te participeren, waarmee verdere studies in het secundair of hoger onderwijs kunnen worden aangevat of waarmee beroepsactiviteiten kunnen worden uitgeoefend.

Een persoonlijk werkinstrument waarmee individuen hun competenties herkennen en documenteren. Het kan gebruikt worden ter ondersteuning van het individu in zijn of haar verdere studieloopbaan, bij loopbaanontwikkeling op de arbeidsmarkt en/of persoonlijke ontplooiing. Het kan ook gebruikt worden als instrument in het erkenningsproces van verworven competenties.

Zie ervaringsbewijs

De opheffing van de verplichting om over een opleidingsonderdeel of een deel ervan, examen af te leggen.